Financiële begroting

Financiële positie

In de Begroting 2027 zijn de ontwikkelingen, daar waar van toepassing, structureel verwerkt. Onderstaand geven wij, in aanvulling op het financieel perspectief voor de periode 2026-2030, een doorkijk voor een periode van tien jaar (tot en met 2035). In dit meerjarenbeeld wordt de begrotingsruimte en het beschikbare flexibel budget gepresenteerd. Daarnaast is een bedrag van € 45,2 miljoen beschikbaar binnen de vrije ruimte van de Algemene reserve.

Tabel 28. Meerjarenbeeld

(x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

Meerjarenbeeld

-

17.569

27.734

26.007

-3.453

-10.835

-13.762

-16.180

-16.331

-18.906

Uit deze doorkijk is voor de periode 2026-2029 sprake van een sluitende begrotingsruimte. De begroting is voor deze periode daarom reëel en structureel in evenwicht. Vanaf 2030 ontstaat in deze doorkijk een tekort van ongeveer € 3,5 miljoen per jaar, dat stapsgewijs naar de toekomst oploopt.

In de Perspectiefnota 2027 was voor 2030 nog sprake van een structureel tekort van € 23 miljoen. De nieuwe verdeelafspraken voor het Provinciefonds zorgen samen met een positieve ontwikkeling van de opbrengsten uit de motorrijtuigenbelasting en een gunstiger resultaat op onze financieringsfunctie voor een (structurele) verbetering.

Onze analyse van onze onderbesteding geeft geen aanleiding voor aanpassingen. Het verloop van de onderbesteding van jaar tot jaar is grillig en betreft hoofdzakelijk incidentele middelen. We zien op dit moment geen aanleiding om structureel budget te laten vrijvallen.

Ook is onderzocht wat de omslag veroorzaakt van een positief saldo in 2029 naar een negatieve verwachting voor 2030. Dit zit hem niet in specifieke uitkeringen (SPUKs). Wanneer een SPUK eindigt, worden zowel de baten als de lasten uit de begroting gehaald. Daardoor heeft dit geen effect op het structurele begrotingssaldo. Daarnaast hebben wij geconstateerd dat verdeling van begrotingssaldi over de jaren bij P&C-producten in het verleden maakte dat de negatieve structurele trend in de begroting enigszins uit het zicht bleef. Zonder die verdelingen over de jaren in eerdere P&C-producten zou het verschil in de begroting van 2029 naar 2030 kleiner zijn geweest.

Het tekort van 2030 achten we op dit moment acceptabel. De jaarschijven die eraan voorafgaan zijn positief. Daarnaast is ons structurele weerstandsvermogen (de onbenutte belastingcapaciteit opcenten en de post voor onvoorziene uitgaven) met € 41,6 miljoen per jaar aanzienlijk hoger dan dit tekort. Uiteraard zijn er ook andere mogelijke oplossingen, zoals beleidskeuzes, en kunnen nu nog onbekende ontwikkelingen ons perspectief positief en negatief veranderen. Die combinatie geeft tijd en ruimte om keuzes te maken in de volgende bestuursperiode.

Deze pagina is gebouwd op 10/23/2026 10:19:45 met de export van 10/23/2026 10:12:03