In de Perspectiefnota 2027 hebben we enkele ontwikkelingen en risico's benoemd die in de toekomst mogelijk om (incidentele) middelen vragen. We beschouwen op deze onderwerpen vanuit de verbetering van onze financiële positie die de Begroting 2027 laat zien ten opzichte van de Perspectiefnota 2027.
Mobiliteit
Wat betreft mobiliteit voorzien we de komende jaren grote financiële opgaven. Heel actueel is de prioritering van het Mobiliteitsfonds en Deltafonds die nu plaatsvindt bij het Rijk en waarvan op dit moment nog onduidelijk is welke consequenties dit voor onze provincie zal hebben. Daarnaast voorzien we de komende jaren een aantal grote opgaven die vragen om investeringsruimte en structurele- en incidentele middelen die onze eigen begroting te boven gaan. Hieronder lichten we deze twee ontwikkelingen toe:
1. Herprioritering Rijk
Het Rijk (ministerie van IenW) werkt op het moment van het opstellen van onderliggende begroting nog aan een landelijke herprioritering omdat er te weinig middelen zijn om beheer, onderhoud en vervanging te kunnen bekostigen. Dit geldt ook voor de majeure projecten. De herprioritering van het Rijk heeft waarschijnlijk ook invloed op ons Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2028–2032 waarover in 2027 besloten moet worden, en daarmee ook op de mogelijke beschikbare middelen voor de provincie(s) en op de mogelijke prioritering qua projecten. Bij de Perspectiefnota 2027 was de verwachting dat de minister de Kamer nog voor de zomer zou informeren over deze herprioritering, dit is inmiddels uitgesteld tot medio oktober 2026. Na het debat in de Tweede Kamer en de doorwerking voor de provincie en besluitvorming in het BO MIRT, is er meer zekerheid over de consequenties die dit voor onze provincie zal hebben.
2. Grote opgaven
In de Perspectiefnota 2027 hebben wij een aantal uitdagingen op het gebied van mobiliteit beschreven waar wij de komende periode voor komen te staan (los van de projecten en activiteiten die jaarlijks worden uitgevoerd of die zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2023-2027). Het gaat hierbij om de instandhouding en het klimaatbestendig maken van onze eigen infrastructuur, de vervanging- en renovatieopgave (V&R) kunstwerken en het in de toekomst kunnen blijven laten rijden van de regionale treindiensten (instandhouding treinconcessie). Dit zijn activiteiten die tot onze wettelijke kerntaken behoren waarbij we zien dat de huidige financieringssystematiek niet (meer) past bij de opgaven waar we voor staan en de financiële kaders van het regionaal mobiliteitsfonds gaan overstijgen.
Beide ontwikkelingen hebben invloed op de financiën en kennen een onderlinge dynamische wisselwerking. Ze zullen onze ambities en keuzes op het terrein van mobiliteit en infrastructuur de komende jaren hard raken en ook doorwerken in het volgende Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2028-2032. Dit vraagt om gedegen, toekomstbestendige keuzes. Om tot die keuzes te komen willen we werken met scenario’s. Deze scenario’s belichten onze wettelijke taken, verwachte opgaven en ambities in relatie tot de beschikbare middelen en alternatieve financieringssystematieken zodat inzichtelijk wordt aan welke knoppen inhoudelijk en financieel gedraaid kan worden en tot welke keuzes dit leidt. Bij de uitwerking van scenario’s is de informatie over keuzes van het Rijk en de uiteindelijke consequenties van die keuzes voor onze provincie van groot belang.
Wij informeren u in de komende periode bij relevante actuele ontwikkelingen. Daarnaast zullen wij uw Staten in het eerste kwartaal van 2027 nader informeren over de voortgang van de voorbereiding van het volgende Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2028-2032. Daarbij kan worden getoond welke voorlopige scenario's worden overwogen. In de tweede helft van 2027 zal het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2028-2032 worden vastgesteld.
Natuur
Natuurontwikkeling en -beheer was een ander onderwerp waarvan we in de Perspectiefnota 2027 hebben aangegeven dat toekomstige ontwikkelingen mogelijk om (incidentele) middelen vragen. Net als voor mobiliteit geldt ook hier afhankelijkheid van rijksbeleid en -middelen. Op dat punt is de situatie vergeleken met de Perspectiefnota 2027 niet gewijzigd. Het verbeterde financieel perspectief van de provincie bij de Begroting 2027 geeft dan ook geen aanleiding om voor te stellen middelen toe te wijzen voor natuurontwikkeling en -beheer.
Nij Begun
We hebben in de Perspectiefnota 2027 gemeld dat verschillende initiatieven uit Nij Begun vragen om cofinanciering van de provincie. Enkele onderwerpen zijn in de Perspectiefnota 2027 als onontkoombaar aangemerkt. De verwachting is dat deze lijst niet compleet is en dat er in de nabije toekomst vaker een beroep op de provincie wordt gedaan. Waar mogelijk zetten we bestaande middelen in, bijvoorbeeld uit onze budgetten voor Provinciale Meefinanciering. We houden rekening met de wenselijkheid van een nieuw fonds voor cofinanciering van grote evenementen. Besluitvorming hierover, met daaraan gekoppeld keuze in de voeding van het fonds met nieuw geld of uit bestaande middelen, is onderwerp voor de volgende bestuursperiode.
Veenkoloniale Afvalwaterleiding (VKA)
We zijn in gesprek met het waterschap Hunze en Aa’s en de bedrijven die gebruik maken van de VKA over het onderhoud, de instandhouding en ook de ontmanteling en sanering van deze voorziening. Afhankelijk van de uitkomsten van deze gesprekken gaan we uw Staten mogelijk een voorstel doen om als provincie een regie- en eigendomsrol in te nemen. Los daarvan moeten we rekening houden met een provinciaal aandeel in de kosten – op termijn – voor ontmanteling en sanering. De lopende gesprekken zijn onder meer bedoeld om meer inzicht te krijgen in de indicatieve hoogte van die kosten en ons aandeel.
Conclusie
We kiezen ervoor in de Begroting 2027 geen voorstellen te doen om de verbeterde incidentele financiële positie in te zetten voor de toekomstige opgaven van de provincie. Onvoldoende zicht op rijkskeuzes, al dan niet voorzien van financiële middelen, is een belangrijke reden om afwegingen te maken in de volgende bestuursperiode.